Technieken


Hoogdruk
Bij hoogdruk ligt het gedeelte van de drukvorm dat afgedrukt moet worden hoger dan de rest. Dat wat niet gedrukt moet worden, is weggehaald (weg-gegutst of weggesneden). Wanneer de drukplaat het papier raakt zal alleen het hoger gelegen deel het papier raken, waardoor de afbeelding zichtbaar wordt. Deze druktechniek wordt onder andere toegepast bij houtsnede, linosnede en houtgravure. Voor het maken van een hoogdruk worden verschillende gereedschappen gebruikt, zoals gutsen, messen, burijnen (een soort beitel) en een inktroller om de hoger gelegen delen mee in te inkten.
Deze techniek wordt door de kunstenaars van Thoets veel gebruikt. Jan Baas maakt zijn prenten met verschillende dragers (houten platen) , elke plaat wordt ingeinkt met een andere kleur en zo kan er zomaaar een 5 kleurendruk ontstaan.
Daarintegen gebruikt Jantine Geels dezelfde plaat om in te snijden. Deze plaat wordt ingeinkt en afgedrukt. Voor de tweede drukgang wordt weer in dezelde plaat gesneden en ingeinkt. Zo kan er een prent met 6 kleuren ontstaan. Deze druktechniek wordt de reductie techniek genoemd.
Door het hout als een levende geschiedenis te zien wordt bij Steven Toes de drukplaat, in hetzelfde kunstwerk als de afdruk verwerkt.

Diepdruk

Lijnets
Alles begint met de etsplaat. Deze is meestal van zink of koper. Eerst moet de plaat geschuurd en gepolijst worden. Ook de randen en hoeken worden meegenomen, zo niet zouden deze tijdens het afdrukken door het papier heen snijden.
Vervolgens brengt men afdekgrond aan. Dit is een kwetsbare laklaag waarin de tekening wordt gekrast. De tekening zal door het zuur, waarin de plaat gelegd wordt, in de plaat geëtst worden. Als de tekening klaar is dekt men eventuele fouten af met spirituslak en zo ook de achterzijde van de plaat. Spirituslak is zuurbestendig.
De diepte van de lijn zal de dikte en (kleur-)sterkte van de lijn bepalen bij de afdruk. Lijnen die de gewenste diepte hebben worden afgedekt met spiritusvernis.
Als het gewenste resultaat is bereikt en alle lak verwijderd kan het afdrukken beginnen.
Deze techniek leent zich uitstekend voor het afdrukken van grote oplagen. De geëtste lijn is een heldere lijn en zeer geschikt voor sterk gedetailleerd werk.

Droge naald
Met deze techniek sla je het proces van bijten met zuur (etsen) over. De kunstenaar krast direct met de scherpe etsnaald in de plaat die van zink, koper of plastic kan zijn.
Zowel Ina Brekelmans als Melissa Halley gevende voorkeur aan droge naald. Zij doen dit in plastic. Deze voorkeur komt voort uit het warme, fluwelige effect wat dit geeft. Bovendien is het de hand van de kunstenaar die de sterkte van de lijn bepaald en niet het soms onvoorspelbare zuur. Ook de droge naald heeft haar onvoorspelbare kant, die schuilt in het plastic. Dit is zacht waardoor uitgekraste krulletjes mede de lijn bepalen. Een met de hand gekraste lijn is oneven en houdt meer inkt vast. Hierdoor is het verschil tussen een droge naald en een met zuur geëtste lijn goed te zien.
In de regel kan er van een droge naald minder afdrukken gemaakt worden dan van een geëtste plaat. Het afdrukken gaat hetzelfde als bij een lijnets.

Aquatint
Met aquatint kan in plaats van een lijn hele vlakken geëtst worden. Deze techniek is alleen geschikt voor platen van metaal. De voorbehandeling van de plaat is hetzelfde als bij een lijnets.
De goed ontvette plaat wordt bedekt onder een dun laagje harspoeder. Dit wordt met behulp van een warmtebron vastgesmolten op de plaat. Hierdoor ontstaat een ruw oppervlak waar kleine, regelmatige deeltjes van de plaat nog bloot liggen. Op het moment dat de plaat in het zuur gelegd wordt zal de hars niet aangetast worden, alleen de plekken waar geen hars zit. Door de gelijkmatige afwisseling van hars en het ontbreken van hars ontstaat een mooi effen oppervlak. Wederom wordt de kleursterkte van de uiteindelijke afdruk bepaald door de tijd dat de plaat in het zuur ligt. Een aquatint moet aanzienlijk korter in het zuurbad liggen dan een lijnets.
Op dit moment is Melissa Halley de enige die deze techniek gebruikt. Het is een techniek die een prachtig schilderachtig effect kan geven, heel anders dan de gebruikelijke lijnets.

Inkt & Afdrukken
Bij het inkten van de plaat is het fijn als men, zoals bij Thoets, gebruik kan maken van een verwarmingstafel. Deze zorgt ervoor dat de inkt soepel blijft. Het aanbrengen van de inkt gebeurd bij Thoets met een rubber plaatje. De gehele plaat wordt met inkt bedekt. Overtollige inkt verwijderd men met velletjes telefoonboekpapier. Vervolgens gaat men verder met ‘afslaan’ met de muis van de hand. De laatste beetjes overtollige inkt kan verwijderd worden door de muis van de hand in krijtpoeder te deppen en zachtjes over de plaat te vegen.
Nu kan de plaat onder de pers door. Eerst legt men een vel courantenpapier neer op het vlakke transportblad van de pers, dan de etsplaat met de beeltenis naar boven en daaroverheen wordt het vochtige drukpapier gelegd. Het papier wordt vochtig gemaakt omdat het zo beter inkt opneemt. Bovenop wordt een lap vilt gelegd. Nu kan het stapeltje onder de persrol door gedraaid worden en heeft men na afloop een mooie afdruk.
De afdruk moet nu drogen. Dit kan in het droogrek maar soms is het nodig prenten onder een zware plaat te laten drogen om te voorkomen dat het papier rimpelig opdroogt.

Doordruk
Zeefdrukken is een doordruk techniek waarbij de inkt met een rakel door de zeef wordt getrokken. De afdruk komt dan overeen met de open gedeelten van de zeef. Denk aan sjablonen. Waar de zeef ingefilmt is kan de inkt niet doorheen en waar de zeef open is dus wel. Het is de techniek bij uitstek om fotografische beelden te kunnen verwerken op het platte vlak. Deze zeefdruk techniek wordt vooral door Edwin Emmens gebruikt.

Vlakdruk
Ook wel lithografie of steendruk genoemd. Bij deze techniek wordt het beeld op een chemische manier verkregen. Het basisprincipe is van het chemische proces is dat water en vet elkaar afstoten. Een redelijk ingewikkeld proces van tekenen/schilderen op kalksteen, prepareren met arabische gom en salpeterzuur waardoor het beeld ín de steen komt te staan. Na het prepareren wordt de steen vochtig gehouden en ingerold met drukinkt. De drukinkt kan zwart zijn maar kan ook een eerste kleur zijn bijvoorbeeld geel. Er komt een vel papier op de steen, dit gaat onder een zware druk door een drukpers en zie daar: een afdruk. Dit afdrukken kan vele malen herhaald worden. Het totaal aantal afdrukken vormt de oplage. Ellen Huijsmans drukt meestal een oplage van ongeveer15 stuks. Elke oplage wordt genummerd en gesigneerd.
Na het drukken volgt een arbeidsintensief proces van slijpen van de steen met water en carborundumpoeder. Ellen vindt dit als tegenhanger van het eenzame schilderen een heerlijk onderdeel omdat het zo fysiek is. Na het slijpen gaat de steen weer naar de tekentafel en wordt opnieuw een beeld op de steen aangebracht, nu voor een tweede kleur bijvoorbeeld rood. Na een tweede kleur het zelfde proces voor een derde kleur.’Zo wordt kleur na kleur een totaalbeeld op dat zelfde vel papier opgebouwd. Dit proces duurt enkele weken voordat er een totale afbeelding en de oplage klaar is.

   * persen
   * gasten


webdesign by © 2008